Adverteren op internet. Wie tegenwoordig een product wil verkopen of een dienst wil aanbieden, kan er niet omheen. Of toch? Als iedereen op internet adverteert, bestaat immers de kans dat de potentiële klant door de bomen het bos niet meer ziet en de desbetreffende advertentie volstrekt waardeloos is. Tenzij je weet hoe je een advertentie onder de aandacht van de doelgroep brengt.
Loont adverteren op internet?
Loont adverteren op internet? Ja. En neen. Adverteren op internet kan lonen net zoals adverteren in de gedrukte media, op radio, televisie en elders kan lonen. Advertenties op internet kunnen echter ook weggegooid geld blijken te zijn, net zoals dat met advertenties elders kan gebeuren. Het hangt er vooral vanaf of de advertentie of advertentiecampagne de doelgroep bereikt.
Wat is de doelgroep?
Het verdient aanbeveling om eerst de doelgroep te bepalen. De eerste vraag die de adverteerder zich moet stellen is dus: voor wie is de advertentie bestemd? Het lijkt voor de hand te liggen, en dat ligt het ook, maar wie ook maar een klein beetje actief is op internet, heeft vast wel eens een advertentie op een verkeerde plek gezien. Vooral met contextgevoelige advertenties bij nieuwsberichten is het uitkijken geblazen. Voor je het weet wordt je advertentie een goede grap, of, erger, een wrange miskleun. Een advertentie voor ballonvluchten onder of in een bericht over een vliegtuigongeluk valt bijvoorbeeld in een van beide categorieën (afhankelijk van de ernst van het ongeluk en het gevoel voor humor van de lezer).
Wat is het doel van de advertentie?
De adverteerder moet niet alleen weten voor wie de advertentie bestemd is, maar ook wat hij met de advertentie wil bereiken. Met andere woorden: wat is het doel van de advertentie? Mogelijke doelen zijn: het vergroten van de naamsbekendheid van de adverteerder of zijn bedrijf; het introduceren van een nieuw merk, een nieuw product of een nieuwe dienst; het werven van nieuwe klanten. Voor ieder doel zijn er advertentiemogelijkheden te over.
Hoe moet het niet?
Pop-ups en pop-unders
Er zijn websites die hun inhoud zowel gratis beschikbaar stellen, als tegen betaling. De betalende bezoeker blijft dan verschoond van de advertenties die de niet-betalende bezoeker zich moet laten welgevallen. Om de bezoeker zover te krijgen dat hij gaat betalen voor iets wat hij ook gratis kan krijgen, moeten de advertenties in de gratis versie dus wel irritant genoeg zijn. Dit is in het belang van de website, maar niet van de adverteerder. Pop-ups worden over het algemeen als irritant ervaren, terwijl pop-unders meestal ongelezen worden weggeklikt of bij het afsluiten van de browser worden gesloten zonder dat de gebruiker ze heeft gezien.
Virals
Een viral is een reclamefilmpje dat zo leuk is dat internetgebruikers elkaar het filmpje of de link gaan toesturen omdat je "het gezien moet hebben", of omdat "iedereen het erover heeft". Dat lijkt natuurlijk een zeer effectieve manier van reclamemaken, maar in de praktijk valt dat tegen. Als het filmpje leuk genoeg is, onthoudt men het filmpje, maar niet het product of de dienst waar het reclame voor was. Als het filmpje niet leuk genoeg is, geldt hetzelfde en als het filmpje helemaal niet leuk of zelfs irritant is, bestaat de kans dat het product, de dienst of het bedrijf dankzij dat filmpje een slechte naam krijgt, of althans een negatieve connotatie, en dat moet een adverteerder niet willen.
Spam
Om meer mensen naar een webpagina te krijgen en daarmee de advertenties op die pagina meer bekijks te geven, kan men verschillende spamtechnieken toepassen. Men kan bijvoorbeeld een stukje volproppen met populaire keywords. Deze techniek van het 'keyword stuffing' wordt steeds minder effectief doordat de algorithmes van de verschillende zoekmachines er onder andere op gericht zijn de relevante pagina's van de spampagina's te onderscheiden.
Ook kan men proberen links naar de advertentiepagina te plaatsen of te laten plaatsen in de commentaarvelden van sites en weblogs, in de hoop dat die links extra bezoek genereren of de advertentiepagina een hogere plaats bij de zoekresultaten opleveren. Het kopen van links behoort eveneens tot de mogelijkheden. Deze (en andere, want er zijn er nog meer) spamtechnieken hebben gemeen dat ze irritant zijn en dat men er bij de verschillende zoekmachines zo'n hekel aan heeft dat ze averechts kunnen werken: als het er te dik bovenop ligt, wordt de aldus verkregen plaats in de resultatenlijst (ook wel de search ranking genoemd) zelfs geheel tenietgedaan doordat de desbetreffende pagina uit de lijst verwijderd of geweerd wordt.
SEO
SEO staat voor Search Engine Optimization of Search Engine Optimizing. Op zich is er natuurlijk niets tegen als iemand erg zijn best doet om een relevante pagina hoog in de zoekresultaten te krijgen. Er is wel iets tegen als een volslagen irrelevante pagina door middel van SEO de zoekresultaten komt vervuilen. Het wemelt inmiddels van de bedrijven die allemaal aanbieden uw pagina's, of die waar uw advertenties op staan, hoog op de lijst te zetten. Er zijn er zelfs die u een hoge plaats garanderen. Probleem is alleen dat ze die garantie niet kunnen geven, al was het maar doordat er in de SEO-markt een enorme concurrentie is, zodat zelfs een volslagen relevante geoptimaliseerde pagina nog op nummer 50 terecht zou kunnen komen, puur en alleen doordat er 49 volslagen relevante geoptimaliseerde pagina's voor hem zijn. Misschien is SEO ooit nuttig geweest, maar als iedereen het doet, werkt het niet meer. Dat heeft wat weg van die strip van Reiser waarin alle badgasten de enorme omzet van de patatverkoper zien en besluiten om het volgende jaar op diezelfde plek patat te gaan verkopen.
Google AdSense
Google AdSense combineert de irritatie van een contextgevoelige advertentie met die van een lelijke banner. Het gevolg is dat er misschien best eens iemand op zo'n Google AdSense link klikt, maar dat dat meestal per ongeluk is en dat de enige die er gegarandeerd aan verdient Google is. Alleen als het niets kost, is het zijn geld dubbel en dwars waard.
Hoe moet het wel?
Uit het voorgaande zou u de indruk hebben kunnen krijgen dat adverteren op internet weliswaar kan lonen, maar alleen als je het niet doet. Die indruk is onjuist. Wel geldt, net als mutatis mutandis overal in de reclamewereld, dat advertenties meer resultaat hebben naarmate ze beter gericht zijn. De beste manier van adverteren op internet is dus: door middel van niet al te irritante of storende advertenties op plekken waar de doelgroep zich verzamelt. Om een voorbeeld te noemen: als u in internetadvertenties handelt, zou u kunnen overwegen om op deze pagina te adverteren, daar hier per slot van rekening mensen komen die geïnteresseerd zijn in adverteren op internet.
Dit Blaupunkt televisietoestel was bij de aanschaf in 1994 al oud. Desondanks is het eerst onlangs aan de straat gezet.
In 1994 zou het WK voetbal plaatsvinden in de Verenigde Staten. Met het oog daarop schafte ik mij een tweedehands televisietoestel aan voor in de slaapkamer, zodat ik de wedstrijden vanuit bed kon bekijken. Het was een loodzwaar apparaat van Blaupunkt, dat mij, als ik mij goed herinner, vijftig gulden kostte, en zo niet, dan niet.
Het heeft jaren goed dienst gedaan, met dien verstande dat na een paar jaar het beeld links en rechts een beetje ingedeukt begon te worden, als u begrijpt wat ik bedoel. Daar wen je vrij snel aan, bleek. Onlangs bood iemand mij echter gratis een televisietoestel aan dat nieuwer was dan die Blaupunkt, dus toen heb ik die toch maar eens aan de straat gezet. Nadat ik het toestel had neergezet zag ik dat er wel een leuke foto inzat. Zodoende.

Een Blaupunkt televisie
Door: Arnold Kuijk (28 februari 2012)
Www.detelefoongidswebsites.nl, van De Telefoongids en de Gouden Gids probeert websites te verkopen en bestaande websites te verbeteren. Om die dienst onder de aandacht te brengen heeft men gekozen voor een paginagrote advertentie in De Telegraaf van dinsdag 8 november 2011. Die advertentie wordt hier besproken.
'Een website hebben is niet genoeg'. Dat is de kop van een paginagrote advertentie op de achterpagina van het eerste katern van De Telegraaf van dinsdag 8 november 2011. Erboven staat nog 'In de schijnwerpers', alsof het hier een rubriek betreft en geen advertentie. De opmaak is echter al een beetje een weggevertje en dan staat er helemaal bovenaan ook nog "(advertentie)", dus er is geen ruimte voor misverstand.
"Een website hebben is niet genoeg". Niet genoeg waarvoor? En is er iemand die gezegd heeft dat "een website hebben" wel "genoeg" zou zijn, voor wat dan ook? Waarom wil men die persoon dan middels zo'n advertentie tegenspreken? Geen idee. De eerste zin van de advertentie is al meteen hoogst aanvechtbaar, want luidt: "Internetten is Nederlands favoriete tijdverdrijf". Die uitspraak is aanvechtbaar om twee redenen: de eerste is, dat het mij sterk lijkt en de twee is, dat er geen enkele bron voor de bewering gegeven wordt. De volgende zin is: "Procentueel heeft Nederland het hoogst aantal internetaansluitingen binnen Europa (87%)". Als dat de adstructie moet zijn van de geponeerde stelling, is het zwaar onvoldoende.
"Niet alleen thuis, maar ook onderweg, op onze smartphones en tablets."
Opnieuw geldt: wat is de bron? Trouwens, deze zin hangt er een beetje los bij. Bedoelt men (er staat een overigens een fotootje bij van ene Cynthia van Parreren, Communications-specialist, wat de suggestie lijkt te moeten wekken dat zij het stukje geschreven heeft) dat we "ook onderweg, op onze smartphones en tablets" "het hoogst aantal internetaansluitingen binnen Europa (87%)" hebben? Zijn er dus mensen die onderweg zijn met hun smartphones en tablets zonder de bijbehorende internetaansluiting? Nu zijn smartphones en tablets voor de meeste mensen niet meer dan trendy speelgoed, maar zonder internetaansluiting heb je er helemaal niks aan, toch? Misschien had de schrijver van het stukje iets beter over de formulering moeten nadenken.
"Wat we online zoal doen? Voornamelijk informatie opzoeken, nieuws lezen en e-mailen."
Oh? Is het internet niet meer
voor porno? Merkwaardig. Maar ja, zonder bron is dit ook een loze bewering, natuurlijk. Dat heb ik nu wel vaak genoeg gezegd, dus bij alle volgende beweringen die er in de advertentie gedaan worden moet u het er zelf maar even bij denken.
"En kopen!"
Oh ja joh?
"Voor bedrijven die hun producten of diensten onder de aandacht willen brengen wordt het daarmee steeds belangrijker om hun bedrijf ook online te presenteren."
Makkelijk gezegd en het lijkt ook wel enigszins logisch, maar toch: het grootste deel van de verkoop vindt echt nog steeds buiten internet plaats.
"En vooral: daar vindbaar te zijn. De Telefoongids legt uit waarom."
Het is maar goed dat De Telefoongids bestaat. Anders zouden die domme bedrijven toch maar zo allerlei onvindbare websites op internet geplaatst hebben. De Telefoongids is er gelukkig ook mooi op tijd bij. Immers het internet staat nog geheel in de kinderschoenen en er zijn maar weinig bedrijven die al een website hebben. Bij de meeste bedrijven weten ze waarschijnlijk niet eens wat een website is, zo nieuw is het allemaal. Nee, hier gaat De Telefoongids helemaal mee binnenlopen.
"Grote bedrijven hebben vaak een eigen afdeling die de online zaken regelt, maar voor bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf is het maken van een goede, vindbare website geen vanzelfsprekendheid."
Niet? Het is toch wat.
"Niet alleen moet men bepalen hoe men online wil zijn (een eigen website, wellicht ook een Facebook-pagina en/of een Twitter-account?), maar ook hoe goed. Immers een ondernemer wil zich wel onderscheiden en opvallen tussen al die andere bedrijven die min of meer doen wat hij ook doet. Maar hoe doet een ondernemer dat?"
Nou, dat zal ik u eens vertellen: dat doet een ondernemer op dezelfde manier als hij dat doet met adverteren en andere vormen van reclamemaken. De ondernemer denkt daar goed over na, laat het aan deskundigen over, of doet maar wat. Veel meer mogelijkheden heeft de ondernemer ook niet. Wat de ondernemer in ieder geval niet doet, is er al te veel tijd, geld en energie insteken en het lezen van zo'n lap tekst als in deze advertentie begint al aardig op verspilling van tijd en energie te lijken. Aangezien tijd geld is, bestaat de kans dat de ondernemer voor wie deze advertentie bedoeld is, niet eens aan lezing is begonnen maar meteen het volgende katern gepakt heeft. Een advertentie met minder tekst was beter geweest.
In de volgende alinea wil men laten weten dat de ondernemer De Telefoongids moet gebruiken om zijn site te bouwen. Het antwoord op de vraag "Maar hoe doet een ondernemer dat" luidt derhalve:
"De Telefoongids is een online mediabedrijf, gespecialiseerd in het MKB. Voor bedrijven uit talloze branches bouwen wij websites die er niet alleen mooi en aansprekend uitzien, maar ook goed vindbaar zijn via de diverse zoekmachines die het internet afspeuren. Met als resultaat dat een website sneller gevonden wordt. Heeft een bedrijf al een website? Dan kan een ondernemer bij ons ook terecht voor een check op effectiviteit en vindbaarheid."
Niet echt een antwoord op de vraag hoe een ondernemer het doet, tenzij we het interpreteren als: "een ondernemer doet het niet, hij laat het doen". Het grappige is dat er niet één website genoemd wordt die gebouwd is door De Telefoongids, zodat we De Telefoongids maar op zijn woord moeten geloven als hij zegt dat het er talloze zijn, de een nog mooier, aansprekender en beter vindbaar dan de andere.
"Wat wij doen, doen wij niet zomaar."
Een hele opluchting voor de ondernemer die van plan was zijn geld aan De Telefoongids te geven, maar nog twijfelde of ze daar misschien wel zomaar deden wat ze deden.
"Grondig onderzoek en vele tests hebben geleid tot een aantal regels waar volgens ons een goede website aan moet voldoen. Wanneer deze regels goed gevolgd worden kan een bedrijf veel meer online bezoekers krijgen en vervolgens meer omzet genereren."
En wij van WC-eend adviseren WC-eend, terwijl de slager van hiernaast goede resultaten boekt met het keuren van zijn eigen vlees.
"In de woorden van onze marketingcommunicatiespecialist Cynthia van Parreren: "Het staat of valt met vindbaar zijn. Een website kan nog zo mooi zijn, wanneer deze niet vindbaar is via de reguliere zoekmachines, dan is dat hetzelfde als een mooie winkel openen op een eiland zonder bruggen er naar toe. Je bestaat wel, maar niemand komt bij jou terecht.""
Dat is helemaal niet hetzelfde. Als iemand een mooie winkel gevonden heeft op een eiland en er geen bruggen zijn, kan hij altijd nog zwemmen, varen of vliegen om de winkel te bereiken. Het bouwen van een onvindbare website is hooguit te vergelijken met het bouwen van een onvindbare winkel, ongeacht waar die zich bevindt.
"Zij ziet in de praktijk dat MKB'ers hier vaak mee worstelen. Hoe zorg ik dat ik vindbaar ben op wat ik doe? Wat zet ik op mijn site en wat niet? Hoe bouw ik de boodschap op? Van Parreren: "Ondernemers hebben vaak geen tijd om zich met dit soort zaken bezig te houden. Een ondernemer moet kunnen ondernemen, dat is zijn vak. Een goede website is een specialisme."
Dat valt best mee. Het bouwen van een website is vrij makkelijk en wie een website kan bouwen, kan al vrij snel een goede website bouwen. Vandaar ook dat veel ondernemers uit het MKB het bouwen van hun website overlaten aan een neefje of buurjongetje dat dat voor een paar tientjes in een uurtje voor elkaar bokst. Die laatste bewering is nergens op gebaseerd, maar hij zou zomaar waar kunnen zijn.
Vervolgens wordt de tekst onderbroken door drie grijze kadertjes, waarin de volgende teksten:
- Top-3 bezigheden op internet: informatie opzoeken, nieuws lezen en e-mailen.
- Nederland heeft percentueel het hoogst aantal internetaansluitingen binnen Europa. Maak hier gebruik van!
- 75% van de internetgebruikers vindt een website via zoekmachines. Zorg dus voor een goede vindbaarheid van je website
Over die eerste twee had ik al wat gezegd en de derde is een beetje onzinnig. Om dat voorbeeld van die onvindbare winkel, al dan niet op een eiland, er weer even bij te pakken: als de winkelier huis aan huis foldertjes laat bezorgen met daarin duidelijk zichtbaar opgenomen het adres waar zijn winkel te vinden is, hoeft niemand nog te zoeken. Iedereen kan er gewoon rechtstreeks naar toe. Als er geen verbindingswegen zijn en de winkel ook anderszins niet bereikbaar is, heeft de winkelier nog steeds een probleem, maar niet dat zijn winkel onvindbaar is. In plaats van "zorg dus voor een goede vindbaarheid van je website" zou ik dus zeggen "zorg ervoor dat de naam van uw website goed gekozen is, zodat men hem goed kan onthouden en doorvertellen en hem snel en makkelijk inklopt. Zorg er bovendien voor dat de website ook iets te bieden heeft."
"Het inhuren van specialisten kost vaak veel geld en schrikt ondernemers af. Een andere drempel zijn de kosten."
De tweede zin is te kort. Bedoeld is namelijk: "Een andere drempel zijn de kosten van de website, de ingehuurde specialisten niet meegerekend". Of woorden van gelijke strekking.
"Ondernemers krijgen vaak niet helder wat een website onder aan de streep kost."
"Onder aan de streep"? Onder de streep misschien?
"Wij bieden echter transparantie en nemen het hele proces uit handen en maken in samenspraak met onze klant een goede website, verzorgen indien gewenst het onderhoud en zorgen er tevens voor dat voldoende mensen de website blijven bezoeken."
Vooral dat laatste is leuk. Hoe zou De Telefoongids dat doen? Gaan ze mensen folteren, chanteren of anderszins dwingen de website te bezoeken? Of gaan ze ervoor betalen? Of zou de wens de vader van de gedachte zijn en zegt De Telefoongids hier iets wat De Telefoongids helemaal niet kan waarmaken?
"Wij regelen alles. En dat doen we tegen een vooraf vastgesteld tarief. Zodat niemand achteraf voor rare verrassingen komt te staan.""
Werkelijk uniek, die De Telefoongids. Alle andere websitebouwers doen hun werk tegen een achteraf vastgesteld tarief, of tegen een helemaal niet vastgesteld tarief, zodat iedereen achteraf voor rare verrassingen komt te staan. Je moet er toch maar opkomen om het tarief vooraf vast te stellen. Heel ongebruikelijk.
"Het onderhoud kan een ondernemer zelf doen. Maar dit kan ook door De Telefoongids Websites worden verzorgd. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe afbeeldingen en informatie toevoegen, oude informatie verwijderen. Met andere woorden: het up-to-date houden van de inhoud van de site."
Het onderhoud dus.
"De ondernemer bespreekt telefonisch of per e-mail wat er veranderd moet worden en De Telefoongids Websites zorgt ervoor dat het aangepast wordt."
Het lijkt mij handiger dat die ondernemer zich er heel even een klein beetje in verdiept, zodat hij zijn eigen site kan aanpassen. Dat scheelt niet alleen in de kosten, want De Telefoongids Websites is ongetwijfeld niet gratis, al was het maar omdat ze die paginagrote advertentie eerst moeten terugverdienen, maar ook in tijd, want voordat hij het heeft uitgelegd, heeft hij het al drie keer zelf aangepast.
"Online adverteren is ook van essentieel belang om extra bezoekers op de website te krijgen."
Een waar woord.
"Is er nieuws of wil een ondernemer dat mensen in een bepaalde periode de website bezoeken, vanwege een aanbieding of actie bijvoorbeeld? Hier zijn voldoende mogelijkheden voor die de experts van De Telefoongids graag uitleggen."
Gelukkig maar. Waar zouden we zijn zonder de experts van De Telefoongids? Nog steeds hier, waarschijnlijk, maar dan zonder de experts van De Telefoongids. En dan zou zo'n ondernemer zelf moeten bedenken hoe hij zijn aanbieding of actie op zijn website krijgt en hoe hij daar dan bezoekers heen lokt. Zou een ondernemer die zoiets niet zelf kan verzinnen eigenlijk wel ondernemer moeten zijn?
"Ook geïnteresseerd in een nieuwe website of wellicht een verbetering van uw huidige website? Ga dan naar www.detelefoongidswebsites.nl of neem contact op met 020-4086 186."
En als u geïnteresseerd bent in een gesponsorde link naar uw nieuwe of verbeterde website, kunt u even contact opnemen met
adverterenopinternet.info.
In de rest van de advertentie wordt de werkwijze van De Telefoongids zo'n beetje geschets, maar dat geloof ik verder wel. Dan leest u die advertentie zelf maar even.
Arnold Kuijk
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op maandag 19 december 2011
Freelancers moeten het hebben van freelance opdrachten. Hoe komt een freelancer aan zijn opdrachtgevers? Wat moet je wel of juist niet doen om klanten te werven? Hoe bepaal je je tarief?
Het wemelt op internet van de fora voor freelancers. Op die fora stellen freelancers elkaar vragen over dingen die voor hen van belang zijn of zouden kunnen zijn. Wat daarbij opvalt, is dat veel freelancers kennelijk wel goed zijn, of denken te zijn, in wat ze voor derden doen, maar problemen krijgen zodra het over hun eigen bedrijfsvoering gaat.
Dat is tamelijk logisch. Immers een vertaler, tekstschrijver of journalist is niet noodzakelijkerwijs opgeleid om een bedrijf te leiden, ook al is dat 'maar' een eenmanszaak. Dat geldt ook voor andere freelancers. Je kunt nog zo'n goede programmeur, webdesigner of fietsenmaker zijn, als je niet kunt boekhouden heb je een probleem. Als je niet kunt rekenen trouwens ook.
Voordat er iets te boekhouden valt, moeten er inkomsten en uitgaven zijn. De uitgaven gaan gewoon vanzelf, met als gevolg dat er op de eerdergenoemde fora vaak vragen gesteld worden over wat er wel of niet op kosten van de zaak mag worden gedaan. Geen idee waarom men die vragen niet gewoon aan de belastingdienst stelt, want die gaat erover, maar goed. Wat betreft de inkomsten ligt het iets lastiger. Voor die inkomsten is doorgaans werk nodig en hoe komt een freelancer aan werk?
Welnu: door te werven natuurlijk. Maar hoe moet je werven? Dat kan op verschillende manieren, waarvan de slechtste is: ergens een advertentie zetten en afwachten of er iemand reageert. Ook niet handig is: je inschrijven bij een bureau dat werk op jouw terrein aanbiedt en wachten tot ze iets voor je hebben. Werven is een activiteit, dus je moet zelf iets doen. Het modewoord hierbij is 'netwerken', maar als iedereen aan het netwerken is, valt het praktisch nut daarvan al gauw tegen. Dit is mutatis mutandis vergelijkbaar met wat ik elders gezegd heb over
SEO. De beste manier om aan werk te komen is: het zelf gaan halen bij de opdrachtgever.
Zelf spreek ik overigens liever van klanten dan van opdrachtgevers. De relatie tussen een klant en een bedrijf is toch net even anders dan tussen een opdrachtgever en zijn knecht, zodoende. De freelancer die klanten heeft, is in mijn optiek een stuk beter af dan de freelancer die zichzelf overlevert aan opdrachtgevers. Maar hoe je het ook noemt: degene voor wie je werk levert, moet daar uiteindelijk voor betalen en daar komen dan inkomsten van. Je moet dus op zoek naar mensen die werk voor je zouden kunnen hebben.
Heb je zo iemand gevonden, dan wil hij vermoedelijk weten wat het gaat kosten, dus het is heel handig als je daar van tevoren over hebt nagedacht. Een veel voorkomende vraag op freelancefora is de vraag hoe je je tarieven moet bepalen. Het antwoord is tamelijk simpel: je bekijkt hoeveel werk je per dag, in de week, in de maand, per jaar, of per andere periode kunt of wilt doen en hoeveel je daaraan wilt overhouden. Ben je bijvoorbeeld vertaler en wil je twee woorden per dag vertalen, dan kom je uit op een woordprijs waarvoor je weinig klanten zult kunnen vinden. Kun je tienduizend woorden per dag aan, dan kun je per woord een stuk goedkoper zijn. Het is wel handig even rond te kijken bij de concullega's, zodat je jezelf niet meteen uit de markt prijst.
Dat uit de markt prijzen kan trouwens twee kanten op: je kunt te duur zijn, maar ook te goedkoop. In het laatste geval krijgt men, indachtig het adagium "alle waar is naar zijn geld", al gauw de indruk dat het product of de dienst van de desbetreffende freelancer wel 'niks zal wezen' en gaat men liever naar een ander. Dat is hetzelfde effect als in restaurants, waar de op een na goedkoopste wijn slechter is en goedkoper wordt ingekocht dan de wijn die als goedkoopste op de kaart staat (geen idee of het waar is, overigens, maar het zou zo kunnen zijn, en daar gaat het om).
Het komt er dus op neer dat een freelancer in eerste instantie niet zozeer gevonden moet worden, als wel moet vinden. Vervolgens kan het wel helpen als de freelancer een eigen website of webpagina heeft, waar informatie over zijn bedrijf te vinden is. Potentiële klanten en opdrachtgevers hebben nu eenmaal de neiging om toch even op internet te willen zien wat voor vlees ze in de kuip hebben.
Door: Arnold Kuijk (14 november 2011)
Google is van groot belang voor iedereen die wil adverteren op internet. Het belang van Google kan echter wel degelijk overschat worden en bovendien is het bedrijf druk bezig zichzelf uit de markt te prijzen c.q. het eigen graf te graven.
Google is, zoals u ongetwijfeld weet, begonnen als zoekmachine. Op dit moment is Google niet alleen de populairste zoekmachine, maar zijn er zelfs mensen die niet eens weten dat er nog andere zoekmachines bestaan. Het gevolg is dat bedrijven en andere adverteerders zo hoog mogelijk willen komen op de pagina's met zoekresultaten van Google. Als u weet dat de gemiddelde internetgebruiker bij het zoeken hooguit drie van die pagina's bekijkt alvorens zijn zoekactie aan te passen, te verfijnen of maar te laten varen, begrijpt u dat het voor eerdergenoemde bedrijven en adverteerders van levensbelang kan lijken om bovenaan pagina 1 te staan.
Maar is dat werkelijk zo belangrijk? Neen. En ja. Het gaat er maar net om bij welke zoekactie de desbetreffende pagina bovenaan eindigt. Een voorbeeld: bij het zoeken op het woord autorijden is sinds een jaar of wat een van de bovenste resultaten '
Leer uzelf autorijden (een handleiding)'. Voor de schrijver van die cursus is het ongetwijfeld heel leuk om te weten dat zijn humoristische lessen door velen gelezen worden, maar de internetzoeker die serieuze informatie over autorijden had willen hebben, zou zich er best aan kunnen ergeren. Dat zou de desbetreffende schrijver goodwill kunnen kosten.
De vraag is of het aanbrengen van advertenties, bijvoorbeeld van rijscholen, op die pagina handig is. Is de lezer die een rijschool zoekt op het moment dat hij die advertentie naast zo'n flauwekulverhaal ziet staan niet in een te slecht humeur om er nog op door te klikken? Bij Google gaat men ervan uit dat contextgevoelige advertenties een goede zaak zijn, met als gevolg dat men bij het zoeken naar autorijden daadwerkelijk een aantal advertenties voor rijscholen in de rechterkolom of rechtermarge ziet staan. Als de schrijver van het stukje de advertenties van Google op zijn pagina zou toelaten, zouden diezelfde rijschooladvertenties vermoedelijk ook op zijn pagina verschijnen. Daar zou die schrijver dan een paar cent aan kunnen verdienen.
De schrijver is natuurlijk beter af als hij in plaats van een paar cent een paar euro aan zijn verhaal verdient. Hetzelfde geldt voor de eigenaar van een site die bekostigd wordt uit de advertenties. Vandaar dat het niet zo'n goed idee is om bij het schrijven van content voor een website alleen, hoofdzakelijk, of te veel stil te staan bij Google, of bij zoekmachines in het algemeen. Beter is het, dermate goede content te verzorgen dat internetgebruikers elkaar erop gaan wijzen. Jawel: de beste vorm van reclame blijft nog steeds de aloude mond tot mond reclame, zij het in een nieuwe jasje. Of men elkaar per Twitter, Facebook, Hyves (bestaat dat nog?) of e-mail (schijnt hier en daar nog voor te komen) op uw site wijst, doet er in dat verband niet toe, als men elkaar er maar op wijst.
Afhankelijkheid van Google of andere zoekmachines is sowieso een slechte zaak, daar iemand die afhankelijk is van een ander door die ander zeer makkelijk onder druk gezet kan worden en gedwongen kan worden onvoordelige contracten, deals of voorwaarden te accepteren, volgens het principe van slikken of stikken. Google is wat dat betreft bezig zichzelf uit de markt te prijzen: men wil de gebruiker dwingen een Google-account te openen en heeft het in dat kader bijvoorbeeld onmogelijk gemaakt filmpjes op YouTube te plaatsen zonder Google-account. Als men zo doorgaat, is de dag niet ver dat de internetgebruiker alleen nog met Google kan zoeken als hij een Google-account heeft. Geen goed idee.
Op Webwereld.nl verscheen vandaag (19 oktober 2011) een stukje onder de kop '
Nieuwe Google-versleuteling is 'hypocriete pr-stunt''. Als u dat leest met de gedachte in het achterhoofd dat Google bezig is de duimschroeven aan te draaien (even afgezien van de vraag wiens duimen er dan precies in zitten), begrijpt u misschien waarom adverteerders er beter nu tussenuit kunnen knijpen dan volgende week. Met zo'n bedrijf kun je beter niets te maken hebben.
"Webmasters zijn boos omdat ze nu geen referrers meer zien vanaf zoekresultaten, tenzij ze betaald hebben voor een AdWords reclame."
En wie garandeert dat je binnenkort nog via Google kunt zoeken als je niet betaald hebt "voor een AdWords reclame"? Natuurlijk, zo'n vaart zal het niet lopen (waarom niet? En wie zegt dat?), een bedrijf is niet per se een liefdadige instelling en een bedrijf mag best winst maken. Maar toch. Een bedrijf dat zijn positie probeert te misbruiken om niet alleen de winst te maximaliseren maar ook anderen het werken, geld verdienen of winst maken onmogelijk te maken, maakt uiteindelijk zichzelf onmogelijk. Het is dan ook nu reeds zaak op zoek te gaan naar alternatieven voor Google.
Henk en Ingrid zijn een begrip. Niemand weet precies wie Henk en Ingrid zijn, maar ze zijn redelijk veelgezocht op internet. Hier ligt een kans voor adverteerders.
Als je op internet wilt adverteren met een begrip, kijk je eerst of de website nog vrij is. Aangezien het in dit geval om een zeer Nederlands begrip gaat (Henk en Ingrid zijn per slot van rekening de 'hardwerkende Nederlanders' van Geert Wilders) is de beste keus voor de adverteerder de site henkeningrid.nl. Die blijkt inderdaad al vergeven en wel aan de SP.
De SP blijkt het echter niet helemaal begrepen te hebben, met als gevolg dat er op henkeningrid.nl niets te vinden is en de bezoeker meteen wordt doorgestuurd naar Sp.nl, alwaar ook niets over Henk en Ingrid te vinden is. Een duidelijk geval van een gemiste kans. De SP had echt werk moeten maken van de desbetreffende site, of de paar tientjes voor de domeinnaam lekker in de zak moeten houden. Op deze manier wekt de site alleen maar verbazing of, erger, ergernis.
Ook degene die Henkeningrid.com heeft laten registreren, heeft het verkeerd gedaan, want is in de valkuil van 'niets te melden' gevallen. Elders heb ik dat
als volgt geformuleerd:
"Het is nogal dom om een domeinnaam te kopen en dan op het domein niets anders aan te brengen dan een tekst in de trant van 'deze site is onder constructie', 'hier komt binnenkort [sitenaam]', of 'deze domeinnaam is gereserveerd voor een klant van [naam van hostingprovider]. Wie op zo'n site terechtkomt, komt er voorlopig niet weer, omdat het zonde van de tijd is zo'n site te bezoeken."
Dan heeft men het bij Henkeningrid.org beter gedaan, in dier voege dat de eerste treffer op Google bij de zoekactie [Henk en Ingrid] de website Henkeningrid.org betreft. Het is in dat geval wel weer jammer dat men niet de moeite heeft genomen de voorpagina even te controleren, met als gevolg dat http://www.henkeningrid.org/ bij de W3C Markup Validation Service
19 fouten en 5 waarschuwingen oplevert. Altijd jammer, zo'n slordigheid.
De bezoeker van Henkeningrid.org kan stickers en T-shirts bestellen, voorzien van ongetwijfeld grappig bedoelde teksten, die uitspraken van Henk en Ingrid moeten verbeelden. Wie informatie zoekt over Henk en Ingrid, moet hier dus niet wezen.
Voor informatie over Henk en Ingrid zou Henkeningrid.info zeer geschikt zijn, maar daar bevindt zich een site van De Ringvaartzangers. En als ik dan toch bezig ben: henkeningrid.tv is wel vergeven maar niet actief en henkeningrid.nu eveneens. Gelet op de eerste drie pagina's treffers bij Google (en de meeste mensen passen hun zoekopdracht aan als ze binnen de eerste drie pagina's niet het gewenste resultaat hebben) doet alleen Henkeningrid.org het dus goed. Zou er, behalve Henk en Ingrid zelf, eigenlijk iemand geïnteresseerd zijn in Henk en Ingrid?
Arnold Kuijk
(Deze pagina is voor het laatst bewerkt op vrijdag 16 december 2011)
Iemand had bij het Kruidvat een liter motorolie gekocht en kwam er te laat achter dat het niet het goede type was.
Gelukkig bleek de motorolie wel geschikt voor mijn auto en zodoende kwam ik in het bezit van een fles motorolie van het Kruidvat. Omdat ik even geen tijd had om de olie netjes op te bergen, zette ik hem zo lang in de vensterbank. Toen ik 's avonds het gordijn dichtdeed, stond de motorolie nog steeds waar ik hem had neergezet en zag ik dat er wel een leuke foto inzat. Zodoende.

Een literfles motorolie van het Kruidvat
Door: Arnold Kuijk (24 februari 2012)
Dat een smartphone een smartphone heet, is een merkwaardige contradictie. Immers, de slimste telefoon is de telefoon waarmee je kunt bellen als dat nodig is en gebeld kunt worden als men je nodig heeft. Met een smartphone kun je veel meer en de vraag is of dat ergens goed voor is.
De vraag stellen is hem beantwoorden en dat dan nog wel met een krachtig: "Neen". De Wikipedia zegt over de smartphone:
"Een smartphone is een mobiele telefoon die uitgebreidere computermogelijkheden biedt. Een smartphone kan ook beschouwd worden als een handcomputer of pda die tegelijk ook een telefoon is."
Reuzehandig, maar niet heus. Even afgezien van de vraag of een handcomputer of pda eigenlijk wel zo nuttig is: heeft u wel eens dat u in een vergadering zit? En als u dan in een vergadering zit, dat u dan niet gebeld wilt kunnen worden, maar wel uw agenda wilt kunnen raadplegen?Als u op die momenten zou kunnen beschikken over een losse telefoon en een losse agenda, al dan niet in de vorm van een handcomputer of pda, hoefde u slechts de losse telefoon uit te zetten en klaar was Kees.
Waarom zou je een smartphone aanschaffen? Omdat het leuk speelgoed is. Daarom. Een voorbeeldje: iemand liet mij enige tijd geleden zijn iPhone zien en vertelde erbij dat hij daarmee met het grootste gemak al zijn meer dan 500 (vijfhonderd) zakelijke contacten kon beheren. Dan denk ik: "als je meer dan vijfhonderd zakelijke contacten hebt en je bent zelf de directeur, dan laat je het beheren van die zakelijke contacten toch lekker aan je secretaresse of assistent over? Als dat niet kan, bijvoorbeeld doordat je je geen secretaresse of assistent kunt veroorloven, doe je in mijn ogen iets verkeerd, aangezien de directeur te duur hoort te zijn om de taken van zijn secretaresse of assistent over te nemen".
Maar goed, de smartphone is dus een leuk stukje speelgoed en in dier voege razend populair. De iPhone van Apple schijnt nog steeds het populairst te zijn, wat geen verwondering hoeft te wekken, daar Apple al jaren een zeer populaire speelgoedfabrikant is en erg veel aandacht aan het uiterlijk van zijn producten besteedt. Het grote probleem met de iPhone is voor mij dat je voor alle spelletjes (of "Apps", zoals Apple ze noemt) die je zou willen hebben geheel afhankelijk bent van de App Store. Voeg daarbij dat Apple het niet zo nauw schijnt te nemen met de privacy en klaar ben je.
Zou er dan geen alternatief zijn voor de iPhone? Natuurlijk is dat er. De reeds eerder geciteerde Wikipedia zegt hierover:
"Smartphones werken met verschillende besturingssystemen. De meestgebruikte zijn Microsoft Windows Mobile (5,6 en Windows Phone 7), Symbian, Nokia Series 60 (gebaseerd op Symbian), Google Android, BlackBerry OS en PalmOS. De Apple iPhone, sinds eind 2007 op de Europese markt, is uitgerust met een aangepaste versie van Apples eigen besturingssysteem (Macosx): iOS (iPhone operating system)."
Als je dan toch een duur stuk speelgoed koopt, wil je er ook een beetje leuk mee kunnen spelen en dan moet je niet beperkt worden door je besturingssysteem. Google Android leek het gewenste besturingssysteem te kunnen worden, aangezien het gebaseerd is op Linux, maar ja: Google Android is van Google en Google misdraagt zich steeds vaker. Nog even afgezien van het feit dat Google zijn positie als meestgebruikte zoekmachine lijkt te misbruiken: ook Google neemt het, voorzichtig gezegd, niet zo nauw met de privacy en dat is een zwaarwegend bezwaar.
Wat blijft er dan over? Linux natuurlijk. Maar welke telefoon zou je dan moeten kopen? En welke versie van Linux draait daar dan weer het best op? Draait Linux überhaupt op een smartphone? Om daar achter te komen, zou je je er in moeten gaan verdiepen en dat gaat wat ver, al was het maar omdat je voor de prijs van zo'n smartphone ook gewoon een netbookje of een grappige laptop hebt. Als ik iemand zou moeten adviseren, zou mijn advies als volgt luiden: "kijk gewoon bij welk mobiel abonnement je de leukste smartphone cadeau krijgt en dan neem je die, ongeacht het besturingssysteem. Het is maar speelgoed, per slot van rekening, dus je bent er toch binnen een paar dagen op uitgekeken". Wist u trouwens dat de meeste mogelijkheden van de smartphone alleen gebruikt worden om aan anderen te laten zien wat de smartphone allemaal kan?
Arnold Kuijk
(Deze pagina is voor het laatst bewerkt op dinsdag 29 november 2011)
Vacatures te over, op internet. Gespecialiseerde vacaturesites staan er bol van en ook de sites van uitzendbureaus puilen uit. Helaas blijkt vaak dat de vacature allang vervuld is. Waarom staat hij dan nog op de site?
Als je bij
Google zoekt op het trefwoord vacatures, krijg je op het moment dat dit stukje geschreven wordt "Ongeveer 131.000.000 resultaten (0,10 seconden)". Zodra dit stukje door Google geïndexeerd is, zijn het er dus ongeveer 131.000.001 en misschien zelfs nog meer. Dat lijken best veel vacatures, maar zo simpel is het natuurlijk niet: niet alle treffers verwijzen naar sites die daadwerkelijk vacatures bevatten en veel van de desbetreffende vacatures staan dubbel, driedubbel of nog vaker op internet.
In vacatures, of althans de aanbieding daarvan op internet, zit handel en niet zo'n beetje ook. Het gaat namelijk niet zo goed met de economie en dan zijn er veel mensen op zoek naar een nieuwe baan. U weet natuurlijk dat de beste manier om een goede baan te vinden, is een goede baan te hebben. Als je geen goede baan hebt, of helemaal geen baan, en je wilt er wel eentje hebben, zul je hem moeten gaan zoeken en krijg je te maken met het probleem dat werkgevers liever iemand aannemen die al werk heeft, dan iemand die, al dan niet geheel buiten zijn schuld, werkloos is. Daaraan liggen een paar denkfouten ten grondslag, die buiten het bestek van dit artikeltje vallen, maar het blijft een feit.
Van het Arbeidsbureau, de Sociale Dienst, het UWV, het CWI, of hoe ze tegenwoordig ook mogen heten, hoef je geen hulp te verwachten, behalve misschien een cursus sollicitatiebrieven schrijven waar niemand iets aan heeft, of het moest de cursusleider zijn, die er tenminste nog een paar uur werk aan overhoudt. De werkloze of anderszins werkzoekende moet het dus helemaal zelf doen, het zoeken van werk. En die gaat dan dus op zoek naar vacatures. Bij zoveel treffers is meteen duidelijk dat het zoeken op "vacatures" niet zo slim is. Je zult het gerichter moeten doen: wil je accountmanager worden, zoek je op "vacature accountmanager" of "accountmanager gevraagd". En dan nog blijven de aantallen treffers dermate groot dat je door de bomen het bos niet meer ziet.
Dan komen de vacaturesites in beeld. Het probleem daarmee is echter dat veel van de vacatures op vacaturesites allang vervuld zijn of zelfs nooit bestaan hebben, maar alleen op de site staan om bezoekers te trekken, opdat de uitbater van de desbetreffende site klanten kan werven door gewag te maken van de enorme bezoekersaantallen die zijn site trekt. Het is werkelijk heel vreselijk, maar zo werkt dat. Het komt misschien als een schok voor u, maar vacaturesites zijn geen liefdadige instellingen en het draait allemaal om het geld. Je kunt je daarbij overigens ook nog afvragen hoeveel van die vacaturesites in werkelijkheid grotendeels aan de kost komen door het doorverkopen van gegevens uit de CV's die door nietsvermoedende werkzoekenden op de site geplaatst worden.
Wie een baantje of baan zoekt, moet goed zoeken en kan daarbij niet om de vacaturesites heen: er zou immers zomaar een bestaande vacature op kunnen staan. En er zit handel in vacatures, dus wie geen baantje of baan kan vinden, kan altijd nog een vacaturesite opzetten.
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op donderdag 24 november 2011
Vuurwerk te koop aanbieden op internet, is dat slim? Alleen als het illegaal is, maar dan juist helemaal niet, als u begrijpt wat ik bedoel.
Door de belachelijke wet- en regelgeving rond het gebruik van vuurwerk in Nederland, is de markt voor illegaal vuurwerk hier groter dan elders. In België en Duitsland mag er meer, vaker en harder geknald worden, met als gevolg dat er geen Belg of Duitser te vinden is die op oudejaarsavond de gezellige knusheid of de knusse gezelligheid van het desbetreffende oudejaarsfeest wenst te verlaten om in de druilerige kou een paar vuurpijlen af te gaan steken, of te gaan afsteken, zoals de Belgen zeggen.
In Nederland mag er echter steeds minder, zodat het vuurwerk van tegenwoordig bij lange na niet zo hard knalt als dat van de jaren zeventig, dat ook al harder knalde dan dat van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Nu wordt er zelfs al gesproken van een algeheel vuurwerkverbod, door de enorme toename van illegaal vuurwerk. Ja, vind je het gek: als je zonder goede reden de benodigdheden voor een traditie (in dit geval het afsteken van knalvuurwerk door amateurs) illegaal maakt, gaat iedereen die de traditie in ere wil houden noodgedwongen de illegaliteit in (in dit geval vuurwerk kopen in België en Duitsland, of op internet).
Is het dus handig om vuurwerk op internet te koop aan te bieden? Ja en neen: ja als het geen illegaal vuurwerk is en je advertentie dus hetzelfde beoogt en bereikt als de talloze foldertjes die in de weken voor Oud en Nieuw over de Nederlandse mensheid worden uitgestort; ja als het illegaal vuurwerk is en je de betaling binnen en de website opgeheven hebt zonder sporen achter te laten, voordat de politie of andere spelbrekers je in de gaten hebben; neen als het illegaal vuurwerk betreft en je de site te lang in de lucht houdt, zodat je gepakt wordt.
Het zou vermoedelijk voor iedereen beter zijn als er wat minder vuurwerk illegaal gemaakt werd. Als je bij knalvuurwerk het vuurwerk in je oren moet steken om de knal te horen, is het immers nauwelijks nog knalvuurwerk te noemen, niet? En siervuurwerk is ongetwijfeld prachtig, maar bij oudejaarsavond gaat het niet om siervuurwerk, daar gaat het om knallen. Het is per slot van rekening een heidense traditie, bedoeld om de boze geesten te verjagen en boze geesten laten zich niet verjagen door siervuurwerk. Echt niet. Als er boze geesten zouden bestaan, zouden ze waarschijnlijk zelfs op het siervuurwerk afkomen omdat het zo mooi is.
Arnold Kuijk
(Deze pagina is voor het laatst bewerkt op dinsdag 27 december 2011)
Webhosting is bij uitstek iets om mee te adverteren op internet: de potentiële klant is al aanwezig en is idealiter maar een paar kliks of clicks verwijderd van een aankoop.
De webhost, hostingprovider of webhostingprovider, hoe u het noemen wilt, heeft er net als iedere andere handelaar groot belang bij dat zijn klanten tevreden zijn. Voor de leverancier van webruimte geldt dat misschien nog wel meer dan voor anderen, bijvoorbeeld doordat ontevreden klanten zomaar bij de concurrent een website zouden kunnen opzetten om de provider over wie zij ontevreden zijn eens goed in zijn hemd te zetten. En dat mag dan misschien wel niet, maar voordat je bij de rechter je gelijk gehaald hebt, kan de ontevreden klant al een heleboel schade aangericht hebben.
Een voorbeeld van zo'n situatie wordt gegeven in '
Hoster neemt juridische stappen tegen klant om tweets', op Tweakers.net. Het stukje begint als volgt:
"Hostingprovider Versio beschuldigt een ontevreden klant van smaad en gaat juridische stappen ondernemen. De klant twitterde over zijn slechte ervaringen met de hostingprovider en registreerde de domeinnaam VersioBV.nl."
Je kunt je overigens afvragen of het een goed idee van Versio is om naar de rechter te gaan, en in dat verband is het de vraag hoeveel volgers de desbetreffende twitteraar heeft. Ook was het misschien wel zo handig geweest om het conflict te voorkomen, maar misschien zat dat er niet in.
"De klant stuurde maandagavond een lading negatieve tweets over Versio de wereld in en daar is het hostingbedrijf niet blij mee. Versio stuurde de klant, Robert van Hoesel, een e-mail waarin hem werd opgedragen zijn tweets te verwijderen."
Genoemde Robert van Hoesel blijkt op Twitter aanwezig als
robertvhoesel, heeft op het moment dat ik dit schrijf (dinsdag 3 januari 2012, 16.40 uur) 1278 volgers en een website:
Robertvanhoesel.com. Hij is, volgens die website:
"18 jarige jonge ondernemer, manager, concept ontwikkelaar, spreker en sporadische blogger."
De website wemelt van de taalfouten en volgens de 'W3C Markup Validator' deugt de HTML ook niet: de controle levert
15 fouten en 4 waarschuwingen op. Met de reden van Robert's onvrede heeft dit alles misschien niets te maken, maar het toont wel het beeld van een arrogante broekeman met een hele grote mond. Desondanks blijft het een ontevreden klant en in dier voege heeft Versio met hem te maken en last van hem. Verder met het Tweakersstukje:
""U maakt zich schuldig aan smaad en u bent hiermee strafbaar volgens artikel 261 van het strafrecht", schrijft de ceo van Versio, Reshad Bashir, in de mail. Het hostingbedrijf eist onder andere dat Robert van Hoesel de tweets rectificeert of verwijdert. Ook is het bedrijf niet blij met de domeinnaam VersioBV.nl die de klant uit wraak heeft geregistreerd."
Het is heel voorstelbaar dat Versio niet blij is met het getwitter van van Hoesel en met de registratie van die domeinnaam. Maar het kwaad is inmiddels reeds geschied en dan kun je toch beter proberen de schade beperkt te houden. Dreigen met de rechter valt daar meestal niet onder.
"De klant twitterde onder andere dat Versio 'pauperhosting' leverde en 'uit het niets' domeinnamen weggooide. In een andere tweet schreef hij: "Toch wel leuk, zo'n avondje een bedrijf kapot maken." Tegen Tweakers.net zegt hij dat hij zich ergerde aan het feit dat domeinnamen na slechts één waarschuwing niet meer werden verlengd. Ook zou de dns-editor van Versio de nameserver-instellingen per abuis verwijderen en werd een aantal domeinnamen offline gehaald omdat er één te veel queries deed."
Als van Hoesel echt geschreven, of getwitterd, heeft dat hij "zo'n avondje een bedrijf kapot maken" leuk vond, zit hij goed fout, nog afgezien van de vraag of hij niet heel erg aan zelfoverschatting lijdt, daar hij er kennelijk van uitgaat dat zijn getwitter de ondergang van Versio zou kunnen betekenen.
"Tegenover Tweakers.net zegt Versio-directeur Bashir: "Ik weet niet zo goed wat jullie ermee te maken hebben. Het feit dat dit wordt doorgestuurd naar jullie bevestigt smaad; hij wil blijkbaar publicatie van zijn verhaal." Volgens hem zijn de tweets niet correct en is de klant met zijn acties veel te ver gegaan. "Wij gaan gewoon goed om met onze klanten", zegt hij. "Maar dit is geen normale klant.""
Dat de klant Tweakers.net benaderd heeft, als dat tenminste zo is, is zijn goed recht en hij mag best publicatie van zijn verhaal willen. Op zich maakt dat zijn getwitter niet smadelijker. Als er een groter belang mee gediend is, bijvoorbeeld andere klanten waarschuwen voor kwalijke praktijken, mag het allemaal best. Als het alleen bedoeld is om een bedrijf, in dit geval Versio, kapot te maken, mag het weer niet. Het lijkt mij overigens niet zo slim van de heer Bashir om van Hoesel "geen normale klant" te noemen. Zoiets leidt licht tot scheldpartijen over en weer en daar schieten beide partijen niets mee op.
"Volgens Bashir gaat het om een 'stelselmatige' poging om zijn bedrijf te beschadigen. Ook beschuldigt hij de klant ervan banden te hebben met een concurrent. In zijn tweets is Van Hoesel positief over een concurrent van Versio, DualDev. De klant zegt echter geen banden te hebben met dat bedrijf."
Tsja. Dat is natuurlijk het woord van de een tegenover dat van de ander. Feit is wel dat Robertvanhoesel.com gehost wordt
bij Dualdev, evenals eerdergenoemd domein Versiobv.nl, dat op dezelfde server staat. Of dat wijst op "banden" van van Hoesel met DualDev?
"Van Hoesel heeft bovendien nooit een officiële klacht ingediend, stelt ceo Bashir. Dat is onjuist: de klant heeft verschillende klachten ingediend bij de hostingprovider en heeft Tweakers.net daarvan het bewijs getoond. Tegen Tweakers.net zegt Van Hoesel dat hij overigens al van plan was om weg te gaan bij de hostingprovider."
Jammer dat Tweakers.net dat bewijs dan niet aan de lezer toont, want nu moet de lezer Tweakers.net maar op zijn woord geloven.
"In een mail bood Van Hoesel nog aan om het bedrijf tegemoet te komen, mits het zelf een aantal zaken verbeterde. Bashir kondigde daarop echter aan om de zaak uit handen te geven aan zijn advocaat. Of het bedrijf van de kwestie een rechtszaak wil maken, is onduidelijk. "Dat is aan de advocaat", zegt Bashir."
De totaalindruk is, dat van Hoesel en Bashir aan deze hele toestand geen positieve publiciteit overhouden en dat ze het allebei anders hadden moeten aanpakken. De enige die hier wel iets mee opschieten zijn Tweakers.net, want dat heeft er een leuk stukje aan overgehouden waarbij lekker gediscussieerd kan worden, en ik, want zonder het Tweakersnetstukje had dit stukje ook niet bestaan. Mocht u overigens een hostingprovider zijn: in de marge van dit stukje is nog ruimschoots plaats voor gesponsorde links.
Arnold Kuijk
(Deze pagina is voor het laatst bewerkt op dinsdag 3 januari 2012)
Een website maken is tamelijk eenvoudig en het kan heel goedkoop. Betekent dat ook dat iedereen zijn eigen website moet maken? Hoe onderscheid je een professionele website van een amateuristische? Maakt dat iets uit?
Het maken van een website is niet moeilijk. Het is niet duur ook. Als je je er een beetje in verdiept, kun je op internet vrij snel alle kennis opdoen die je nodig hebt om een complete website te bouwen met behulp van een eenvoudige teksteditor. Als je wat meer haast hebt, kun je een gratis programma downloaden om je site mee te maken. Op dit moment zijn bijvoorbeeld WordPress en Joomla tamelijk populair.
Als je je site gebouwd hebt, moet je hem natuurlijk nog werkend krijgen, en daarvoor heb je een webserver nodig, of een hosting provider. Dat kan ook vrij goedkoop en wie wil kan uiteindelijk voor hooguit een paar tientjes een eigen domein met website realiseren.
Betekent dat nu dat iedereen die een website wil hebben die website zelf moet gaan zitten maken? Natuurlijk niet. Het hangt er maar net van af, wat je met je website wilt gaan doen. Is de website bedoeld om reclame te maken voor een bedrijf, product of dienst? Heeft de site misschien tot doel, een uitlaatklep te bieden voor de tekstuele of grafische creativiteit van de eigenaar? Moet de site een forum worden of bevatten? Wordt het een online winkel? Met of zonder interactieve klantenservice? Is de site een doel, of een middel?
Een
freelance tekstschrijver zal vermoedelijk het schrijven van de teksten op zijn eigen site niet uitbesteden, terwijl een freelance fotograaf of graficus zich ongetwijfeld met de illustraties wil bemoeien. De tekstschrijver kan de layout echter met een gerust hart overlaten aan iemand die ervoor doorgeleerd heeft, terwijl de illustrator op zijn beurt niet hoeft na te denken over de tekst. En allebei hoeven ze uiteindelijk helemaal niet te weten hoe je die teksten en die plaatjes nou een beetje mooi op het web krijgt, want dat laten ze over aan iemand die weet hoe dat moet.
Verder zou iedereen die een eigen website ambieert zich eens moeten afvragen óf hij wel een eigen website ambieert. Misschien is een enkele pagina eigenlijk wel voldoende, als die enkele pagina maar gevonden wordt. En hoe wordt die pagina dan gevonden? Goeie vraag. Voor sommigen is
SEO in dat verband een toverwoord, maar in de praktijk komt het er meestal op neer dat de pagina gevonden wordt via een toevallige combinatie van zoektermen die op andere soortgelijke pagina's ontbreekt, of via een link vanaf een andere pagina, die misschien wel, en misschien ook niet, iets met de gevonden pagina en de gezochte termen te maken heeft. Kortom: hoe je website of pagina gevonden wordt, weet je niet, maar om gevonden te worden moet hij wel bestaan.
Ik denk dan ook dat een eigen website of webpagina heel nuttig kan zijn, maar dat veel mensen die nu min of meer zitten te ploeteren om gratis hun eigen website te maken zich zouden moeten afvragen of dat wel uit kan met het uurloon dat ze zichzelf rekenen. Het lijkt mij handiger als ze zoveel mogelijk van het webdesign en aanverwante zaken uitbesteden en zich concentreren op het werk waarmee ze hun geld verdienen.
Door: Arnold Kuijk (16 november 2011)